Duurzaam tweede leven voor Limburgse mijnen

De mijnen in Zuid-Limburg lagen er tientallen jaren verlaten bij.

De mijnen in Zuid-Limburg lagen er tientallen jaren verlaten bij. Totdat de gemeente Heerlen op het idee kwam het grondwater in de ondergrondse gangen te gebruiken om gebouwen te verwarmen. Het bedrijf dat daaruit voortkwam, heeft inmiddels nationale ambities.

Alles begon met de Heerlense ambtenaar Elianne Demollin-Schneiders, die zich in 2003 bewust werd van de ruimte onder haar voeten. En van de kilometers lange gangen die honderden meters onder de stad liggen, achtergelaten door mijnwerkers die daar tot in de jaren 70 naar steenkool groeven. Die waren inmiddels volgelopen met grondwater. Door de diepte was dat water warm, bedacht ze, en zou gebruikt kunnen worden om zonder aardgas huizen te verwarmen.

Twee jaar later werd begonnen met het boren van vijf bronnen. Oud-mijnwerkers, die de gangen nog goed kenden, wezen aan waar dat het beste kon. Een leidingenstelsel van in totaal acht kilometer lengte voerde het warme water van een diepte van 800 meter naar een kantoorgebouw en een woonwijk. Uit hoger gelegen mijngangen kwam koud water, dat voor de koeling van de gebouwen diende. De eerste aansluitingen van het bedrijf Mijnwater waren een feit.Nu staat Louis Hiddes (69), directeur van Mijnwater, in een kelder onder het Maankwartier, een nieuwbouwwijk rondom het station van Heerlen. Hij wijst enthousiast naar een tweetal zwarte buizen die het mijnwater af- en aanvoeren. Het water dat uit de diepere gangen komt, heeft een temperatuur van 28°C tot 30°C. Dat uit de hoger gelegen gangen is 16°C tot 18°C.

 

De Limburgse mijnbouw floreerde in de eerste helft van de 20e eeuw. Na WOII begon het verval. In 1974 sloot de laatste mijn.

 

Een ruimte verder wordt het mijnwater door een warmtewisselaar geleid, een apparaat waarin het de warmte of koelte afgeeft aan ander water. Dat stroomt weer door de woningen en winkels van het Maankwartier. Het water uit de mijngangen kan niet direct door de gebouwen stromen, omdat het sterk vervuild is met metalen en steenkoolgruis. Omdat het water dat door de verwarmingsbuizen van de woningen stroomt ongeveer 36°C moet zijn, is in de kelder ook het gezoem van warmtepompen te horen.

Los van de mijn
Sinds 2005 hebben Hiddes en zijn negentien medewerkers de techniek flink ontwikkeld. Het is niet overal in de regio mogelijk om water uit de mijnen af te tappen, een techniek die ook bekend staat als geothermie. Mijnwater maakt daarom steeds meer gebruik van restwarmte uit de omgeving. Dat is warmte die overblijft bij het koelen van gebouwen, of bij industriële processen. Het Maankwartier krijgt bijvoorbeeld veel warmte van de koelinstallaties van de Jumbo-supermarkt onder in het complex, die aan de achterkant warm zijn. Mijnwater levert op zijn beurt koud water aan de supermarkt. Ook datacenters, schaatsbanen en zelfs woningen die het bedrijf verwarmt, zijn goede kandidaten om warmte of koelte van af te nemen.

 

3.000.000 Volgens adviesbureaus CE Delft en IF Technologies zijn 2,6 tot 3 miljoen woningen geschikt voor verwarming met de techniek van Mijnwater.

 

 

Het bedrijf opereert nu nog op kleine schaal. Mijnwater verwarmt zo’n 350 woningen, een aantal kantoren en winkels, twee scholen, een kinderdagverblijf en een sportcentrum. Nog eens 500 woningen in een nieuwe aardgasvrije wijk in Brunssum staan op de planning. Maar Hiddes heeft grootse plannen. IN 2030 wil de directeur met zijn bedrijf 30.000 woningen van warmte en koelte voorzien. ‘En als we naar de doelstellingen in Parijs kijken, zouden we nog meer willen’, zegt hij.

Inkomsten voor de regio
Voor de regio is de warmte van het mijnwater een kans. Sinds de sluiting van de mijnen kampt het gebied, dat onder andere uit Heerlen, Kerkrade en Brunssum bestaan, met armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Brunssum kwam vorig jaar in het nieuws door een conflict met de omstreden wethouder Jo Palmen, waarmee zelfs minister Kajsa Ollongren zich bemoeide. Onlangs kreeg de regio €40 miljoen van het Rijk om de leefbaarheid te verbeteren. Volmar Delheij,programmamanager ruimte en mobiliteit, zit op het kantoor van de regio, even verderop langs het spoor. Het gebouw is in 1975 neergezet, na de sluiting van de mijnen. Het huisvestte dertig jaar lang het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat nieuwe werkgelegenheid naar de streek moest brengen. Dat lukte maar deels, omdat de nieuwe banen vooral uit kantoorwerk bestonden. Niet zo geschikt voor de duizenden mijnwerkers die van de ene op de andere dag zonder inkomen zaten. Delheij hoopt dat de levering van energie door lokale bedrijven meer banen en ook inkomsten oplevert in de regio. Toen de samenwerking tussen de gemeenten zes jaar geleden begon, betaalden bewoners van parkstad €500 miljoen per jaar aan energiekosten, rekent hij voor. 98% daarvan ging naar energiebedrijven buiten de regio. ‘Als je dat regionaal doet, heb je al dat geld aan extra inkomsten.’

Drie miljoen woningen
Hiddes heeft nog grotere ambities: hij wil ook buiten Parkstad actief worden. Op plekken waar geen mijnen zijn, kan warmte die in de zomer te veel wordt opgewekt, in de vorm van warm water bewaarde blijven in ondergrondse vaten, legt hij uit. Bovendien haalt het bedrijf een steeds kleiner deel van de warmte en koelte die het levert uit de mijnen. Op dit moment komt nog 35% van de totale warmte en koelte die Mijnwater levert uit de ondergrondse gangen. De directeur hoopt dat dat over een aantal jaar 15% tot 20% is. Hij is niet de enige die optimistisch is. Adviesbureaus CE Delft en IF Technologie berekenden dat 2,6 tot 3 miljoen woningen in principe geschikt zijn voor verwarming met de techniek van Mijnwater. In totaal telt Nederland zo’n 7 miljoen woningen. De technieken waar Mijnwater gebruik van maakt, worden ook elders in Nederland al toegepast, zegt directeur Frans Rooijers van CE Delft. Maar wat Minwater anders maakt, is dat het bedrijf ze allemaal weet te combineren. Bovendien meet het precies hoeveel warmte een woning op een bepaald moment nodig heeft. Het begint het dan al vroeg met leveren, zodat het water geen hele hoge temperatuur hoeft te hebben om de woningen te verwarmen. Het bespaart energie. ‘Dat zijn dingen die we nodig hebben in de energietransitie, maar die in Nederland nog niet zo gewoon zijn’, zegt Rooijers. De provincie Limburg heeft Mijnwater vorig jaar voor €16 miljoen gekocht van de gemeente Heerlen, omdat het provinciebestuur kansen ziet voor het verwarmen en koelen van gebouwen in de gehele provincie. Eind juni investeerde de provincie nog eens €22 miljoen. En Hiddes wist voor €12,5 miljoen aan Europese subsidies binnen te halen. Samen met de investeringen die de gemeente Heerlen en de EU hebben gedaan, staat de teller voor publiek geld dat naar Mijnwater is gegaan, nu op ruim €70 miljoen.

Nog geen winst
Winst maakt het bedrijf nog niet. Hiddes lijkt zich een beetje te storen aan de vraag wanneer de investeringen gaan renderen. ‘Je moet op de lange termijn denken’, zegt hij. ‘Toen we de metro aanlegden in Parijs, rendeerde die ook niet.’ De techniek vertoon hier en daar nog mankementen, blijkt bij een bezoek aan de woning van Frans Keet (68), die op de zevende verdieping van het Maankwartier woont. De vloer voelt koel aan in de woning, van waaruit Keet uitkijkt over het centrum van Heerlen en de Brunssumse hei. Maar de thermostaat wijst 24°C aan, een teken dat de buizen onder zijn laminaat nog veel meer zouden moeten koelen. Volgens Keet hebben meer buren dit probleem.

Door systemen te koppelen wordt warmte/koelte op een duurzame manier op andere plekken ingezet. Bron: Mijnwater

Ideeën voor een grootschalige uitbreiding heeft de directeur in elk geval genoeg. In de kelder laat hij een foto zien van een proefopstelling voor bestaande woningen. Aan de galerij van een flat hangt een grote kast, waar een leiding met warm en een met koud water naartoe loopt. In de kast wordt met het water lucht verwarmd of gekoeld, die vervolgens via de ventilatie de woning wordt ingeblazen. Dat vergt minder verbouwing dan een systeem met vloerverwarming, legt hij uit.

Gasprijs
Rooijers gelooft dat Mijnwater kan doorbreken in Nederland. Daarvoor zijn wel voldoende bedrijven nodig die de techniek willen overnemen en op andere plekken willen inzetten,stelt hij. Dat is nog niet zo makkelijk, omdat de uitwisseling en dosering van de warmte nauw luistert. ‘Er zijn maar weinig partijen die snappen hoe je zo’n slim systeem moet ontwikkelen, en die zo’n klantbinding willen aangaan.’ Mijnwater monitort en onderhoudt de warmtesystemen zolang ze in gebruik zijn, en blijft dus ook zolang in contact met de klanten. Die kunnen niet zomaar overstappen naar een andere energieleverancier. Daarnaast speelt de gasprijs volgens Rooijers een rol. Want zolang gas relatief goedkoop is, zijn alternatieven ervoor al snel duurder. ‘Als aardgasvrij eenmaal de norm is geworden, wordt het een interessant systeem’, zegt hij. Hij vindt het daarom belangrijk dat de minister de gasprijs verder verhoogt, om sneller van het gas af te komen. Ook Delheij hoopt dat Mijnwater kan uitbreiden, want de regio heeft het bedrijf nodig nu er een plan moet komen om alle woningen van het gas te halen. ‘Het is een goed systeem en het is de enige aanbieder in de regio. We mogen blij zijn dat er een ondernemer is die op grote schaal woningen van het gas wil halen. Het gaat ons lukken. Het móét ons lukken.’